Techniek 2

Diagram 1
Diagram 2
Diagram 3
Diagram 4

de Volkskrant, 31 december 2005

Dodelijke omsingeling van piepjonge Wiersma

Vierenhalf jaar geleden besprak ik in twee achtereenvolgende rubrieken de legendarische overwinning die Jan Bom in het NK 1967 op Harm Wiersma boekte. Die terugblik sloot ik in de krant van 2 juni 2001 met de volgende woorden af: ‘Een prachtige winst. En de beste reclame voor het halfopen klassiek die men zich maar denken kan! Het kan dan ook nauwelijks toeval zijn dat Harm Wiersma slechts twee maanden later de door Bom gepropageerde speelwijze in zijn eigen wapenarsenaal opnam, om er vervolgens een (dam-)leven lang aan trouw te blijven!’
Harm Wiersma Hoogezand-Sappemeer, 9 mei 1967
Hoe snel Wiersma – die destijds nog maar 13 jaar oud was! – leerde van de misschien pijnlijke maar bovenal wijze les die hij van Bom had gekregen, bleek toen hij in het Brinta-toernooi niemand minder dan Koeperman met hondsbrutaal openingsspel confronteerde.
Resultaat: al na 16 zetten (1.31-27 17-21 2.33-28 21-26 3.39-33 19-23 4.28×19 14×23 5.44-39 10-14 6.34-30 14-19 7.30-25 20-24 8.50-44 5-10 9.40-34 10-14 10.33-29!? 24×33 11.38×29 12-17 12.35-30!? 8-12 13.45-40!? 2-8 14.40-35 17-21 15.39-33 12-17 16.44-39) besloot Koeperman een principiële botsing uit de weg te gaan. De wereldkampioen koos voor het defensief (16…18-22 17.27×18 23×12) en verklaarde na afloop blij te zijn met het ene punt dat hij aan de partij had overgehouden! Datzelfde jaar zou Wiersma op zijn verkenningstocht in het halfopen klassieke speltype twee nieuwe slachtoffers-van-naam maken. Zo versloeg hij in september 1967 Cees Varkevisser. Maar nog veel fraaier was de partij die Wiersma op de slotdag van de clubcompetitie won van Jan Metz, de zevenvoudige NK-finalist uit de jaren 1937-1952.

In dit hoogstaande duel leek de beoogde omsingeling aanvankelijk niet uit de verf te komen. Dat kwam doordat een vijandelijke actie tegen schijf 24 Wiersma noopte veld 23 te bezetten en het spel een gesloten karakter te geven. Maar toen Metz de zwarte centrumschijf net iets te vroeg afruilde, kreeg Wiersma alsnog de gelegenheid een dodelijke omsingeling in te zetten. Met behulp van een drietal tactische finesses beslechtte de piepjonge Fries het pleit in zijn voordeel.

Metz – Wiersma Clubcompetitie 1967

1.32-28 20-24 2.34-30 18-23 3.40-34 23×32 4.37×28 12-18 5.30-25 7-12 6.41-37 17-21 7.37-32 21-26 8.44-40 26×37 9.42×31 16-21 10.31-26 12-17 11.36-31 18-22 12.31-27 22×31 13.26×37 13-18 14.50-44 1-7 15.46-41 7-12 16.47-42 8-13 17.41-36 21-27 18.32×21 17×26 19.37-32 12-17 zie diagram 1.

20.34-29
Ziet af van pogingen zwarts topzware linkervleugel vast te houden. Maar daarmee is niet gezegd dat 20.42-37 (20…18-22! annex 11-16-21!) beter was geweest.

20…11-16 21.29×20 15×24 22.40-34 16-21 23.44-40 6-11 24.34-29 10-15 25.29×20 15×24 26.40-34 5-10 27.34-29 10-15 28.29×20 15×24 29.45-40 11-16 30.40-34 18-23 31.34-29 23×34 32.39×30 13-18 33.43-39 18-23 34.39-34 9-13 35.36-31 26×37 36.42×31 13-18 37.31-27 2-8 38.48-42 8-13 zie diagram 2

39.34-29? Wit had eerst 39.42-37! moeten doen, bijvoorbeeld 39…3-9? 40.49-44! 4-10? 41.27-22!! gevolgd door 42.34-29 en 43.30×39.
39…23×34 40.30×39 3-9!!
Om 41.27-22 en 42.42-37 met het tegenoffer 42…27-31! 43.37×26 13-18 + te kunnen beantwoorden.
41.49-44 18-22!! 42.27×18 13×22 zie diagram 3 43.44-40
43.39-34? was uitgeschakeld door 43…21-27! en 9-13-18 +.
43…9-13! 44.40-34 zie diagram 4
Opnieuw geen keus: op 43.39-34 beslist 43…24-30! en na het slaan 46…14-20! 47…4-9, 48…21-26 en 49…16×47 +.
44…14-20!
Ziedaar de derde finesse waarop ik in de inleiding doelde.

45.25×23 24-29 46.33×24 22×44
Met winnende doorbraak naar dam. Na nog vier zetten (47.23-19 13-18 48.19-14 44-49 49.34-29 21-27 50.32×23 49×5) gaf Metz het dan ook op.

Copyright: Sijbrands, T.